Wat verzamel je (2)

In de nieuwsbrief van maart (nummer 139) las ik over de strubbelingen van onze voorzitter met betrekking tot de toevoegingen van 3-wielers, quads, sneeuwscooters en elektrische motoren aan ons verzamelgebied. Dat hij de sneeuwscooters buiten zijn verzameling houdt kan ik billijken. Zelf houd ik die ook apart. Evenzo alle elektrisch aangedreven (motor)voertuigen. Dit zijn uitbreidingen van onze verzameling door uitvindingen en toepassingen van de laatste decennia.

Zijn uiteindelijke kader is nu: Motorfiets = "een motorvoertuig op twee of drie wielen, al dan niet met zijspan of aanhangwagen, aangedreven door een verbrandingsmotor of een elektromotor".

In mijn (tentoonstellings)verzameling is het eerste hoofdstuk de ontwikkeling van de fiets en motor, die leiden tot de uitvinding van de motorfiets: de Einspur, door Daimler. Zoals bekend was dit een testmachine, een frame met twee wielen, met als aandrijving een verkleinde versie van de Ottomotor.
Het voertuig dat daadwerkelijk als eerste de naam motorfiets, of in het Duits "motorrad", toegekend kreeg, was echter de eerste productie-motor van Hildebrand & Wolfmüller in 1895.

Zowel de Einspur als de Hildebrand & Wolfmüller hadden als aandrijving een interne verbrandingsmotor.
Onderdeel van het door Hans Baartman gebruikte kader is "aangedreven door een verbrandingsmotor". Is dit per definitie een interne verbrandingsmotor? Of kan dit ook een ander soort verbrandingsmotor zijn? Bijvoorbeeld een externe verbrandingsmotor?
Een externe verbrandingsmotor is een motor waarbij een werkvloeistof wordt verwarmd door verbranding in een externe bron. De vloeistof produceert dan, door uit te zetten en op het mechanisme van de motor in te werken, beweging en bruikbare arbeid. De vloeistof wordt vervolgens afgevoerd (open kringloop) of gekoeld, gecomprimeerd en hergebruikt (gesloten kringloop).
In eenvoudige woorden: door het verwarmen van bijvoorbeeld water verdampt dit tot stoom met een groot volume, en de stoom duwt een zuiger weg, die een as aandrijft die een wiel laat draaien. De stoom wordt afgekoeld en condenseert tot water, en de cyclus herhaalt zich.
Bij dit soort motoren wordt de verbranding voornamelijk gebruikt als warmtebron en kan de motor even goed werken met andere soorten warmtebronnen zoals nucleaire, zonne-, geothermische of exotherme reacties zonder verbranding. Ze worden dan niet strikt geclassificeerd als externe verbrandingsmotoren, maar als externe thermische motoren.

De stoommachine werd in 1712 uitgevonden door Thomas Newcomen, een mijningenieur, die hierin de uitkomst zag voor het oppompen van water om zo het onderlopen van mijngangen te voorkomen.

James Watt heeft een heel grote aanpassing gedaan door de afkoeling van de vloeistof (stoom) buiten de cilinder te brengen, waardoor het rendement direct enorm verbeterde. Voor een volgende arbeidscyclus kon beginnen hoefde nu immers niet meer gewacht te worden op de afkoeling van de stoom. Hierdoor wordt Watt beschouwd als de uitvinder van de stoommachine.


Links de stoommachine van Newcomen en rechts die van Watt, waarbij in het vat naast de ketel de stoom wordt verzameld en afgekoeld

Na de eerste succesvolle toepassing in de vorm van het oppompen van mijnwater werd al snel naar andere toepassingsmogelijkheden gezocht.
Nicolas-Joseph Cugnot ontwikkelde het eerste door zichzelf aangedreven voertuig, gebaseerd op de stoommachine. Het jaar daarop bouwde hij een verbeterde versie, waarbij het zware voertuig achter twee wielen had en voor één. Het was ook dit voertuig dat in 1771 in Parijs voor het eerste verkeersongeluk zorgde. Na dit ongeval stopte Cugnot, maar zijn ontwerp werd door de Engelsman Richard Trevithick opgepakt en verder ontwikkeld, wat uiteindelijk tot de (stoom)trein leidde.

In Engeland reed in 1830 de eerste stoomtrein. Nederland volgde in 1839 op het traject Amsterdam - Haarlem met de eerste stoomtrein. Al eerder, in 1807, was met de door een stoommachine aangedreven raderboot van Robert Fulham de eerste commerciële lijndienst in Amerika gestart.

Maar dan wordt het voor ons interessant, met de stoommotorfietsen. Stoommotorfiets: "Een stoommotorfiets is een tweewielig voertuig dat wordt voortbewogen door een stoommachine".
Geloof het of niet maar het bestaat, een motorfiets aangedreven door stoom.
Rond 1860 ontwikkelde het bedrijf van Fransman Pierre Michaux een trapfiets. De fiets leek nog op de hoge-bi, maar het voorwiel was al aanmerkelijk verkleind. In 1867 monteerde zijn zoon er een kleine stoommachine op en de eerste vandaag de dag bekende stoommotorfiets was geboren.

De stoommachine was de door de Franse ingenieur Louis-Guillaume Perreaux gepatenteerde één-cilinder machine, met een alcoholbrander en dubbele riemaandrijving. Het voertuig is daarom algemeen bekend als de Michaux-Perreaux.

Omstreeks dezelfde tijd maakte in Amerika Sylvester Roper een tweecilinder stoomfiets.


Vergelijk de aandrijving van de Roper (links) en de latere Hildebrand & Wolfmüller (rechts)

Door het gebrek aan goede (snelle) communicatie in die tijd is het onwaarschijnlijk dat Michaux en Roper van elkaars uitvinding op de hoogte waren.
In 1881 ontwikkelde de Amerikaan Lucius Copeland de Star high-wheeler, waarvan het achterwiel aangedreven werd door een kleinere stoomketel. Deze haalde een topsnelheid van 20 kilometer per uur.

Hoewel de stoommotorfiets een zekere populariteit had was het grote publiek niet gelukkig met de herrie en smerige lucht waarmee het voertuig gepaard ging.

Om terug te komen op de vraag in de titel, wat verzamel je: horen de stoomfietsen, evenals de latere ontwikkelingen zoals 3-wielers, quads, sneeuwscooters en elektrische motoren tot ons verzamelgebied?

Indien bovenstaande vraag positief beantwoord wordt, komt direct het volgende dilemma: wat was de eerste motorfiets?

 

Nico Helling

Achtergrondinformatie over de ontwikkeling van de Stoommachine:
https://www.dbnl.org/tekst/lint011gesc04_01/lint011gesc04_01_0005.php
https://driving-dutchman.nl/de-beknopte-geschiedenis-van-de-motorfiets

 

Naar boven   -   Terug naar vorige pagina   -   Home