Continental Circus deel 7: De 60‑er jaren

Inmiddels zijn we aangekomen in de tweede helft van de 60‑er jaren. Het WK werd in de klassen 125cc en 250cc gedomineerd door de fabrieksmachines van Honda, Suzuki en Yamaha.

In 1965 waren veel voormalige Commonwealth coureurs ingelijfd door de Japanse fabrieksteams.

Onder anderen Jim Redman, Hugh Anderson, Mike Duff, Phil Read en Frank Parrish waren niet langer privé-rijders, en zij konden zich focussen op het rijden, in plaats van sleutelen en zich zorgen maken over de financiën en onderdelen. Voor de privé-rijders was het niet makkelijk om het fabrieksgeweld het hoofd te bieden, al waren er wel enkele successen dat jaar.

Zo was er in de 500cc klasse wel de strijd tussen de MV's van Hailwood en Agostini en een horde Nortons en Matchless G50's.

De Rhodesiër Paddy Driver werd 3e in het WK door podiumplekken tijdens de TT van Assen, de DDR GP, en de Ulster en Finse GP.

In 1966 hadden de Honda CR93's aardig wat strijd met Kel Carruthers. Deze reed op een Gates Honda, wat volgens velen een ex-fabrieksmotor was met 6 versnellingen.

Verder waren er in de 250cc door de komst van de Bultaco watergekoelde TSS ook weer wat successen voor de privé-coureurs. Onder hen onder andere Jack Findlay, 1e in Mettet en Chimay, en Ginger Molloy die de Ulster GP op zijn naam schreef. Op 10 juli dat jaar werden de eerste drie podiumplaatsen allemaal bezet door Bultaco rijders.

De privé-rijders moesten het nog steeds hebben van de races die niet meetelden voor het WK om een centje te verdienen. Vandaar dat er volle startvelden waren bij races als Tubbergen, Mettet (B), Chimay (B), Zolder (B), Zaragoza (E), Opatija (YU) en Jicin (CZ).

Aan het einde van dat jaar was Jack Findlay de hoogstgeplaatste privé-coureur met een 3e plaats in het WK, door een 2e plaats in de DDR GP, 3e in Finland en Italië en top zes plaatsen in Assen, Tsjecho-Slowakije en Ulster.

In het voormalige Oostblok waren er nog bijkomende problemen voor de rijders. Niet alleen was er de strenge en moeilijke grenspassage, maar ook werd het prijzengeld uitbetaald in valuta die in het Westen niet kon worden omgewisseld. Vandaar dat veel rijders dit geld omzetten in lokale goederen zoals kristal, camera's, verrekijkers en zelfs in wapens. Deze werden natuurlijk verstopt in de busjes, en later in het westen weer verhandeld.

1966 was ook het jaar dat de Norton Villiers Group instortte. De gehele voorraad van Norton Manx werd opgekocht door Colin Seeley, die een overeenkomst had met AMC om nieuwe frames voor racemotoren te ontwikkelen. Later werd deze voorraad van Norton weer doorverkocht aan zijspancoureur John Tickle, die op zijn beurt de Manx T5 in gelimiteerde oplage produceerde.

In 1967 vervolgde het Continental Circus met zijn aantrekkingskracht om met motorracen je brood te verdienen. Het klimaat was echter wel wat veranderd. De kosten waren over de gehele linie flink omhooggegaan. De Matchless G50 was de motor die je moest hebben om als privé-coureur succes te hebben in de koningsklasse, al waren er ook wel enkele Nortons die nog hier en daar een succesje opleverden.

In de 350cc gaf de Aermacchi (bekend van zijn vliegtuigindustrie) de Engelse 1‑cilinders goed partij, met fabrieksrijders Alberto Pagani en Gilberto Milani.

Ook zorgde de opgeboorde MZ 250 van Derek Woodman en Heinz Rosner ervoor dat de Nortons en AJS 7R's buiten de top 6 bleven.

De 250 bleef onveranderd het domein van de tweetakten, met als favoriet bij de privé-rijders de watergekoelde Bultaco TSS.

Ook de 125cc werd gedomineerd door de tweetakten, met uitzondering van de privé Honda CR93’s van Kel Carruthers, Jim Curry en Walter Scheidmaan, die vaak met elkaar uitvochten welke rijder de beste 4-takt coureur was.

Ook haalde Cees van Dongen dat jaar enkele successen in de 125cc. Zo won hij in Tubbergen, maar in Jicin ging hij in de laatste bocht onderuit om zo een 3e plaats door zijn vingers te zien glippen. Dat jaar werd trouwens gekenmerkt door valpartijen en blessures. Onder andere de coureurs John Hartle, Peter Williams en Jack Findlay waren betrokken bij valpartijen die hen een goede klassering door de neus boorden.

Wordt vervolgd

 

Hans Baartman

 

 

Naar boven   -   Terug naar vorige pagina   -   Home