Jubileumblokje MFN

Zoals bij ieder MFN lustrum hebben we ook nu weer een klein aandenken laten maken voor alle leden. Dit keer iets echt filatelistisch: een blokje met 3 verschillende persoonlijke postzegels, ingesloten in deze nieuwsbrief.
Nu zul je misschien denken dat kan toch niet, 3 verschillende zegels in 1 velletje? In Nederland kan dat inderdaad niet (tenzij je minimaal 1000 velletjes besteld, maar zoveel leden heeft de MFN bij lange niet). Maar met enig zoeken vonden we dat het in Liechtenstein wél kan, met een minimum afname van slechts 6 vel.
Overigens kun je daar ook vellen laten maken met 8 zeshoekige zegels, elk met een andere afbeelding, en zogenaamde "panorama vellen" waarbij 1 grote afbeelding over een velletje met 5x2 zegels wordt afgedrukt. Waarin een klein land groot kan zijn..... Wil je hier meer over weten of er zelf mee aan de slag, kijk op de website: diemarke.li.

Uiteraard moesten die drie zegels wel gevuld worden met fraaie afbeeldingen van motorfietsen! De eerste was snel bedacht: de Daimler Einspur die al 35 jaar dient als onderdeel van ons club-logo, en daardoor onder andere te vinden is op de nieuwsbrief, de website, de promotiezegels en de banners.

Omdat we een Nederlandse club zijn wilden we op de andere zegels liefst Nederlandse motorfietsen. Nu heeft PostNL vorig jaar (eindelijk!) zelf zegels uitgegeven met afbeeldingen van Nederlandse motoren erop, en we wilden niet in herhaling vallen. Gelukkig zijn er in de meer recente motorhistorie ook nog enkele motoren van Nederlandse makelij verschenen.
Om het Nederlandse aspect te benadrukken is voor de achtergrond gekozen voor de kleuren van de Nederlandse vlag. Gelukkig 90° gedraaid, dit voorkomt discussies over het al of niet steunen van de boerenprotesten (waarvan ten tijde van het ontwerpen van het blokje nog lang geen sprake was....).

De eerste zal bij de meeste clubleden wel bekend zijn: de Van Veen OCR 1000 met wankelmotor. Dit was een van de eerste echte "super-bikes". In zijn tijd was het een van de sterkste en snelste seriemotoren die er te koop was.

De OCR 1000 was een project van de bekende Kreidler importeur Henk van Veen, tevens de man achter de racesuccessen met de  Kreidler Van Veen 50cc racers. Hij wilde vervolgens in 1971 de overtreffende trap op motorfietsgebied bouwen, met gebruik van de best mogelijke technieken en onderdelen.
Zijn interesse ging uit naar de toen in opkomst zijnde wankel- of rotatiemotor. Maar geen simpele luchtgekoelde 1-schijfs motor, zoals de Sachs motor in de Hercules W2000, het moest een watergekoelde 2-schijfs motor zijn.
In 1973 werd een prototype gebouwd op basis van een Moto Guzzi California rijwielgedeelte, waar een motor van een Mazda RX3 werd ingebouwd. Dit zag er niet fraai uit, maar dat was geen probleem want de motor was alleen maar bedoeld om de techniek te testen. Tijdens de testen bleek de inbouwwijze van de motor (met de "krukas" in lengterichting van de motor) niet optimaal. Ook was de motor niet sterk genoeg naar de zin van Van Veen.


Het prototype

Op zoek naar een sterkere motor hoorde hij bij NSU over de wankelmotor die ze in samenwerking met Citroën aan het ontwikkelen waren, en waarvoor een joint-venture met de naam Comotor was opgericht. Deze motor was uitstekend geschikt voor Van Veens droommotorfiets.


De basis van het motorblok zoals door Comotor geleverd....


en, bijna onherkenbaar, ingebouwd in de OCR1000

Ook het uiterlijk van de motor moest nieuwe maatstaven zetten. Hiervoor werd oud Kreidler Van Veen coureur Jos Schurgers ingehuurd. Hij slaagde erin om een zeer modern en tijdloos ontwerp te maken. Ook nu, bijna 50 jaar na het ontstaan, ziet de OCR 1000 er nog niet ouderwets uit.
Toen de OCR 1000 op de Ifma van 1974 geïntroduceerd werd konden er meteen 37 bestellingen genoteerd worden, hoewel de productie nog gestart moest worden. Uiteindelijk werd de eerste motor pas eind 1977 afgeleverd.
Alle testers waren onder de indruk van de motorfiets, en vooral van het sterke trillingvrije motorblok. Een 2-schijfs wankelmotor heeft maar liefst 6 ontstekingen per omwenteling van de krukas, net zo veel als een 12-cilinder viertakt motor maar dan zonder de grote op en weer gaande massa van de zuigers. Vandaar het hoge koppel en de vrijwel afwezige trillingen. Minder enthousiast was men over het hoge gewicht van ruim boven de 300 kg, waarvan 150 kg op rekening komt van het (gietijzeren) motorblok plus versnellingsbak en cardan.
Hoewel de motor technisch en optisch dus uitstekend geslaagd was, werd het zakelijk gezien geen succes. Ten eerste was de prijs dusdanig hoog dat slechts weinigen zich een Van Veen konden permitteren. De prijs was in 1974 ca. 28.000 mark (€ 14.000), terwijl een BMW R90S Daytona (toen een van de topmodellen) nog geen 10.000 mark (€ 5.000) kostte.
Het grootste probleem was echter dat al vóór de aflevering van de eerste OCR 1000 de stekker uit het Comotor project werd getrokken door Peugeot, de nieuwe eigenaar van het failliete Citroën. Dit maakte dat Van Veen niet meer dan de oorspronkelijk geleverde circa 50 motorblokken ter beschikking kreeg. Hoewel geen van de voorinschrijvers zijn bestelling annuleerde, zijn er daarna ook (vrijwel) geen nieuwe bestellingen meer gekomen. Op dat moment waren er pas een kleine 40 OCR 1000's gebouwd (verschillende bronnen noemen andere aantallen, variërend van 37 tot 40).
Na de ondergang van het merk zijn alle overgebleven onderdelenvoorraden opgekocht, en hieruit zijn nog enkele complete motorfietsen opgebouwd. Het exacte aantal gebouwde OCR 1000's is daardoor niet bekend, maar het zullen er maximaal een stuk of 45 zijn.


Nr. 41, in 2011 gebouwd uit onderdelen

Duidelijk is dat deze motor een echte klassieker is, waar (veel) meer vraag naar is dan er aanbod is. Uiteraard heeft dat gevolg voor de waarde van de motor. In 2016 is er op Catawiki een geveild voor € 80.000, en een latere veiling in 2019 heeft minimaal € 93.000 opgeleverd.


Betaalbaar alternatief: slecht lijkend schaalmodel (1:16)

De derde motor is waarschijnlijk veel minder bekend. Dat is de (dus ook Nederlandse) Track T800-CDI. Mogelijk komt de lettercombinatie CDI je bekend voor uit de autowereld, waar het staat voor Common-Rail Diesel Injectie. En inderdaad, de Track is een motorfiets met een diesel motorblok!

De oorzaak van deze ongewone keuze komt voort uit de vorige bezigheid van de oprichter van Track, Erik Vegt. Hij had een bedrijf dat motoren aanpaste voor wereldreizigers en rallyrijders (EVA Products). Daarbij waren altijd grote brandstoftanks noodzakelijk, die een motorfiets lomp en moeilijk handelbaar maken. Omdat een diesel efficiënter met brandstof omgaat, zeker als geen topvermogen verlangd wordt, zou een dieselmotorfiets met een veel kleinere tank dezelfde actieradius kunnen bereiken.
Een geschikte dieselmotor werd gevonden bij Mercedes Benz: de 800cc 3‑cilinder turbodiesel die onder andere in de Smart For-Two gebruikt werd. Deze levert een bescheiden vermogen van 45 pk (33 kW) bij 3000 tot 4500 toeren/minuut, maar een indrukwekkend koppel van 100 Nm bij slechts 1800 toeren/minuut. Het verbruik is met 2.5‑3.3 liter/100 km (30-40 km/liter) inderdaad erg laag.


De aandrijving van de Track

De aandrijving is door middel van een Continu Variabele Transmissie (CVT, een automaat dus) en een cardanas. Dat geeft de Track een extra Nederlands tintje, want de CVT is in feite de gemoderniseerde versie van de bekende DAF Variomatic, het "pientere pookje" van de gebroeders van Doorne uit Eindhoven.
De ontwikkeling van de Track begon in 2006, en in 2009 kreeg de pers de mogelijkheid om de motorfiets aan de tand te voelen. In het algemeen was men goed te spreken over de motorfiets als reismotor. Door de CVT en de vlakke vermogenskromme was er vrijwel altijd voldoende kracht om vlot vooruit te komen, zeker in het meest gebruikte snelheidsgebied van 60 tot 120 km/uur. Een sportmotor is het natuurlijk niet.
Ook de handelbaarheid werd geprezen. Door het relatief lage gewicht van 225 kg en het lage zwaartepunt was de motorfiets zowel aan de hand als rijdend gemakkelijk te hanteren.

De productie is in 2013 gestopt omdat enkele toeleveranciers failliet gingen, en er te weinig klanten waren om de productie op een rendabele manier voort te kunnen zetten. Wanneer de eerste Track aan een klant geleverd is heb ik niet kunnen achterhalen, en ook niet hoeveel er uiteindelijk gebouwd zijn. Veel zullen het er niet geweest zijn, maar er zijn er volgens de RDW ooit 12 in Nederland geregistreerd, en waarschijnlijk zijn er ook een aantal naar het buitenland gegaan. Mogelijk is een Track dus nog zeldzamer dan een Van Veen.....
Overigens zijn de Tracks in Nederland waarschijnlijk allemaal geregistreerd als "zelfbouw" motorfiets. Er was namelijk (nog) geen typegoedkeuring aangevraagd, dat zou pas gebeuren als de motorfiets voldoende ver ontwikkeld was. Tot die tijd zijn alle Tracks individueel gekeurd, wat normaal alleen voor zelfbouw of sterk aangepaste motoren gedaan wordt.

En over zeldzaam gesproken: het MFN jubileumblokje is gemaakt in een oplage van slechts 72 stuks. Wees er dus zuinig op, want het wordt een echt collectors-item!

 

Paul Essens

 

 

Naar boven   -   Terug naar vorige pagina   -   Home